April 2025
Op het bedrijf van Frederik Clarebout en zijn gezin in Komen, België leeft de wens om te groeien naar 250 koeien en daar wordt in de komende jaren naar toe gewerkt. Clarebout vertelt: ‘Mijn vader kwam hier in 1975. In 2000 heb ik een ander bedrijf overgenomen en met wat geluk konden we na vier jaar alles al samenvoegen en hebben we de stal verlengd. In 2015 hebben we een carrousel met wachtruimte gebouwd, waardoor het melken sneller ging. Daardoor konden we meer koeien houden.
Afgelopen jaar hebben we een nieuwe, grotere stal gebouwd. Daarom willen we er graag wat melkvee bij en uiteindelijk doorgroeien naar 250 melkkoeien. Wij hebben dit met onze Semex vertegenwoordiger Frederik Geerardyn gecommuniceerd en hij neemt dit mee in de Semex Solutions programma's. Zo zorgt hij ervoor dat we ook echt doorgroeien met de beste koeien.’
Clarebout maakt nu 2,5 jaar gebruik van Elevate, waarbij ze twee keer per jaar het DNA testen. ‘We zetten de koeien vast, drinken eerst een kop koffie en dan gaan we samen aan de slag. Hetis snel klaar. Ideaal, deze werkwijze. “Natuurlijk kijk je liever naar mooie koeien, maar als je de hele dag klauwen moet bekappen... ”Met vertrouwen in Elevate wordt verder gefokt
‘Je moet vertrouwen hebben in het systeem, anders moet je het niet doen,’ zegt Clarebout. De oudste koeien zijn nu twee jaar en zitten aan het begin van hun lactatie, dus we weten nog niet precies wat de resultaten zijn. Maar we hebben er vertrouwen in dat het beter wordt, dat zien we ook bij andere bedrijven. Het verschil tussen de beste en de minste groep wordt kleiner. De minste groep wordt geïnsemineerd met vleesvee, zodat we alleen met de beste koeien fokken. Soms moet je even wennen aan het idee dat een mooie koe met vleesvee wordt geïnsemineerd, maar als ze niet de beste is, is het beter zo. We insemineren alleen met gesekst en vleesvee sperma.’
Alleen gesext en vleesvee sperma
‘Je moet proberen om uit je beste koeien een vaarskalf te krijgen,’ zegt Clarebout. "Vroeger moest je met conventioneel eerder insemineren, maar met gesekst sperma hoeft dat niet meer, omdat de kans op een vaarskalf groot is.’
Op het bedrijf in Komen gebruiken ze data in combinatie met hun criteria: melkproductie, exterieur, meer kilo’s vet en eiwit. Zo selecteren ze de beste koeien. ‘We moeten ook niet te veel jongvee hebben, want tegenwoordig levert jongvee niet veel op.’
Doordat we nu meer Belgisch Blauw kunnen gebruiken, wordt de prijs van gesext sperma ruimschoots gecompenseerd en zo stijgt het niveau van de veestapel sneller. Als het past, gebruiken we ook Immunity+ stieren, tenzij er een andere hele goede stier is. De Immunity+ waarde moet echter niet te laag zijn.’
Wat is voor jullie belangrijk in de stal?
‘Efficiënte koeien. Natuurlijk kijk je liever naar mooie koeien, maar als je de hele dag klauwen moet bekappen... En de gehaltes moeten goed zijn. Als je een koe goed voert is het mooi als ze daar veel voor terug geeft’
Dit jaar is de nieuwe serrestal gebouwd en nu hebben de koeien veel ruimte. ‘Dat is mooi: je ziet meteen dat ze er goed op reageren. Dat zie je terug in de melkproductie en de gehaltes. Een ander voordeel is dat ze een klein stukje moeten lopen. Daardoor zien we direct of er iets mis is met een koe en kunnen we meteen ingrijpen,’ legt Clarebout uit.
Ambities voor de toekomst
Misschien komen er in de toekomst nog robots, maar dat weten ze nu nog niet. ‘Met de nieuwe stal is het nog te vroeg om dat te beslissen. We kunnen ook nog extra ligboxen toevoegen, maar dat zien we later wel. Het belangrijkste is dat we een gezond gezin hebben, kinderen die willen werken en een goed draaiend bedrijf. Meer heb je niet nodig," zegt Clarebout. Hij sluit af met een nuchtere levenswijsheid: ‘Je bent hier maar één keer, dus je moet leven!’
Bedrijfsgegevens
Clarebout-Dobbels, Komen
Mensen: Frederik met zijn vrouw en twee dochters
Koeien: 200 melkkoeien, 170 stuks jongvee, met als doel 250 melkkoeien.
Daggemiddelde: 35L melk
Stiergebruik gesekst: Hi-Five, Hi-Praise, Hi-Power, Landfall, Enjoy PP en Tarzan
Terug naar alle bedrijfsreportages
Tekst & foto's: Durk van der Veen